Geschiedenis
Al vele eeuwen, in ieder geval sinds 1450, is de torenmolen het kenmerk van Zeddam, samen met de nog oudere St. Oswalduskerk. Zelfs in geschriften uit 1441 wordt er al gesproken over een molen in Zeddam, maar het is niet zeker of dit toen al de huidige torenmolen betrof.
Waarschijnlijk gaat de bouw terug tot de jaren 1440-1450. Deze torenmolen is misschien wel de oudste nog bestaande molen van zijn type in Nederland.
In de Middeleeuwen was grondbezit gelijk aan macht. De grondeigenaar was in zijn gebied heer en meester. De omvang van zijn grondbezit bepaalde de mate van welstand. Daarbij werden de mensen binnen het gebied van een heer, zoals hier in het land van de Graven Van den Bergh, aangeslagen om in de kosten bij te dragen. Grondbelasting of verponding werd ingevoerd. Maar de Heren claimden ook rechten van water en wind. Zij bouwden molens en verplichtten de boeren het graan op die molens te laten malen. Daarom staan deze molens bekend als dwangmolens of banmolens.
Een deel van het graan kwam ten goede aan de molenaar en een deel aan de Heer. Bovendien betaalde de molenaar pacht aan de Heer.
De Zeddamse torenmolen was één van de vier molens van de Graven Van den Bergh. Alle vier worden in een oorkonde uit 1450 genoemd. Behalve in Zeddam stonden ze in ’s-Heerenberg, Didam en Gendringen. In Zeddam werd het graan gemalen van de boeren uit de omliggende buurtschapppen Azewijn, Vethuizen, Vinkwijk, Braamt, Kilder, Stokkum, Wijnbergen en Beek.
De maaldwang werd rond het jaar 1800 afgeschaft. In 1839 werd de molen verbouwd, er werd een tweede en zelfs even een derde koppel stenen geplaatst. De buitentrap werd vervangen door een binnentrap en er werden twee zolders bijgemaakt. Zo werd het onderste deel van de molen, dat voorheen niet benut werd, geschikt gemaakt voor opslag. Tevens kon men nu een luiwerk (hijswerktuig) binnenin de molen tot stand brengen dat gekoppeld werd aan de as zodat de zakken graan en meel op windkracht omhoog en omlaag getakeld konden worden.
Na 1900 kwam de molen door verkoop in particuliere handen en werd in 1928 te koop aangeboden voor sloop.
Dr. J.H. van Heek, sinds 1912 eigenaar van Huis Bergh, wist de molen nog juist voor sloop te behoeden door de molen in 1929 te kopen, waarmee de molen weer terugkeerde in de bezittingen van Huis Bergh.
In de tweede Wereldoorlog heeft de Duitse Wehrmacht de molen gebruikt als uitkijkpost. Een oude radiozender (ontvanger) door de Canadezen achtergelaten, is nog bewaard gebleven en staat op de kruizolder. De onderste ruimte in de molen is in de oorlogsjaren door omwonenden als schuilkelder gebruikt.
In 1963, 1974, 1990 en in 2005 is de molen gerestaureerd, waarbij iedere keer geprobeerd is de authentieke onderdelen zoveel mogelijk te behouden.
|